www.b-org.demon.nl Filler
Uitspraak Hof inzake giften aan de
scientology-sekte

Line

22 juni 2002

Hierna staat de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake 'giften' gedaan door een scientoloog aan zijn sekte.

De scientoloog, laten we 'm Jan noemen, schonk in 1998 tweeduizend gulden aan de Scientology 'Kerk' Amsterdam. Hij voerde dit bedrag op als aftrekpost. De Belastingdienst vond dit onjuist. Jan tekende beroep aan en won.

De Inspecteur heeft inmiddels 'beroep in cassatie' ingesteld bij de Hoge Raad. Volgens de griffie van het Hof zal het wel een jaar duren voordat de HR uitspraak doet (mondelinge mededeling van drie maanden geleden).


In het verweer van scieno Jan (en z'n collega's) zitten een aantal merkwaardige dingen - waaronder bewijsbare leugens:

  • Men heeft het over de "Scientology Religie"; de oprichter en goeroe L. Ron Hubbard(tm) stelt daarentegen, zwart op wit, dat Scientology geen religie is.
    Zie: www.b-org.demon.nl/scn/tour/not-a-religion.html

  • Men beweert dat de sekte wereldwijd 8 miljoen leden heeft; in werkelijkheid gaat het om 'maar' 50- ŗ 100.000 leden.

  • Men stelt dat haar 'parochianen' een geloofsbelijdenis afleggen; in feite echter is men verplicht wurgcontracten te ondertekenen.
    Zie: www.b-org.demon.nl/scn/nl/privacy/religieus-contract.html
    (Contract Religieuze Dienstverlening),
    en
    www.b-org.demon.nl/scn/nl/privacy/staf-contract.html
    (Vertrouwelijk staf-contract).

  • Men doet voorkomen alsof het begrip 'God' heel belangrijk is binnen Scientology; van de genoemde Hubbard(tm) is echter bekend dat hij een bewonderaar was van Crowley. Crowley's adagium was "Doe wat je wil, dat is de enige Wet". Hubbard nam voorts deel in sex-rituelen waarin hij een 'Moonchild' probeerde te verwekken; over Christus zegt hij: "De man aan kruis, er was geen Christus". Enz. enz.
    Zie: www.b-org.demon.nl/scn/roots/roots-index.html
    (The Roots of Scientology)

          Vanzelfsprekend heeft men het niet over het echte, geheime kerngeloof van Scientology. Een kerngeloof dat helemaal niets met 'God' heeft te maken: men denkt namelijk dat ieder mens duizenden zielen van buitenaardse mensen in zich draagt, de zogenaamde BodyThetans(tm). BodyThetans die allemaal uitgedreven moeten worden, ŗ f. 300 per stuk...
    Zie: www.b-org.demon.nl/scn/nl/tech/ot-3-nederlands.html
    (Scientology's hoogste kern-geheim: Xenu en de BodyThetans).

  • Men voert als 'bewijs' tegen de stelling dat Scientology een commerciŽel bedrijf is aan dat er ieder jaar een verlies van enkele tonnen wordt geleden - per eind 1993 geaccumuleerd tot f. 3.938.796.

          Dat er hier sprake is van schulden aan, onder meer, andere scientology-organisaties (in het buitenland), dus van vestzak / broekzak schulden, vertelt men er niet bij.

          Dat deze 'kerk' ruim 7700(!) handels- & dienstenmerken en copyrights op haar produkten heeft, is het Hof blijkbaar ontgaan; net zoals het feit dat klanten die Scientology's zeer commerciŽle kwakzalver-therapie ('auditing') ondergaan, van te voren dienen te betalen; sorry, dienen te 'doneren'.
    Zie: www.b-org.demon.nl/scn/nl/tech/sessie-start.html
    (Begin sessie! Wel eerst even dokken. Dank je.)

          Het zal trouwens vast ook niet-commerciŽel zijn dat de hele 'Brug naar totale vrijheid' minimaal acht ton kost. Waarbij niet-betalen vanzelfsprekend betekent: geen totale vrijheid.
    Zie: www.b-org.demon.nl/scn/tour/price-list-scientology.html


Tja... Laten we maar hopen dat de Hoge Raad haar werk beter zal doen dan de Derde Meervoudige Belastingkamer van het Gerechtshof te Amsterdam.




    Inhoud (Scans zijn op aanvraag beschikbaar)

1. Loop van het geding
2. Tussen partijen vaststaande feiten
3. Geschil
4. Standpunten van partijen
5. Beoordeling van het geschil
6. Schadevergoeding
7. Proceskosten
8. Beslissing



Gerechtshof te Amsterdam
Kenmerk: P00/1576



GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
Derde Meervoudige Belastingkamer


UITSPRAAK


op het beroep van J.F. Mxxxxx te Haarlem, belanghebbende,

tegen

een uitspraak van het Hoofd van de Belastingdienst Particulieren / Ondernemingen Haarlem, de inspecteur.


1. Loop van het geding

Van belanghebbende is ter griffie een beroepschrift ontvangen op 25 april 2000, ingediend door drs. A.J G. Pieterse (Pricewaterhouse Coopers N.V. Belastingadviseurs) te Amsterdam als gemachtigde en aangevuld bij schrijven van 24 juli 2000.

Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur, gedagtekend 15 maart 2000, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1998.

De aanslag is berekend naar een belastbaar inkomen van f. 58.329 en is bij de bestreden uitspraak gehandhaafd.

Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak van de inspecteur en tot vermindering van de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van f. 56.947.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak.

Met toestemming van de voorzitter van de Meervoudige belastingkamer is namens belanghebbende een conclusie van repliek ingediend. De inspecteur heeft een conclusie van dupliek ingezonden. Met toestemming van de voorzitter van de Meervoudige belastingkamer is vervolgens door dr. E A. Brood en mr. W.M.C.P. Houben (Nauta Dutilh Advocaten Notarissen Belastingadviseurs) te Rotterdam als gemachtigden van belanghebbende op 27 juli 2001 een stuk getiteld "tweede conclusie van repliek" ingediend. Aan de inspecteur is hiervan een kopie gezonden.

Ter zitting van 15 augustus 2001 zijn verschenen dr. E.A Brood voornoemd als gemachtigde, vergezeld van P.J. Rood. K.M.J. Jeelof en J.A. Rijnvis, alsmede mr. T.W. Boxem namens de inspecteur, tot zijn bijstand vergezeld van mr. M.C. Karemaker.

Partijen hebben ieder ter zitting een pleitnota voorgedragen en, de Inspecteur met een bijlage en belanghebbende met diverse foto's overgelegd. Belanghebbende heeft van de bijlage kennis kunnen nemen en heeft zich erover kunnen uitlaten. De inspecteur heeft van de foto's kennis kunnen nemen en heeft zich erover kunnen uitlaten. De pleitnota's, de bijlage en de foto's worden tot de gedingstukken gerekend.

Van het verhandelde ter zitting is door de griffier een procesverbaal opgemaakt, waarvan een kopie aan deze uitspraak is gehecht.


2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Belanghebbende heeft voor het onderhavige jaar aangifte gedaan van een belastbaar inkomen van f. 56.947. Daarin is begrepen een aftrekpost wegens giften ten bedrage van, na aftrek van de drempel, ad f. 620, f. 1.382. Volgens de bij het aangiftebiljet gevoegde specificatie bestaat het geschonken bedrag (f. 2.002) uit de volgende giften aan de Scientology Kerk Amsterdam:

f. 900 voor de renovatie van de kapel,
f. 500 voor het anti-discriminatieproject OSA en
f. 602 voor het boeken-in-bibliothekenproject.


2.2. Belanghebbende heeft in de bij het aangiftebiljet gevoegde brief aangegeven van mening te zijn dat de Scientology Kerk Amsterdam (hierna: SKA) is aan te merken als een instelling genoemd in artikel 47, eerste lid, letter a, ten eerste, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (tekst 1998; hierna: de Wet).

De inspecteur heeft belanghebbende bericht het daarmee niet eens te zijn en heeft bij de aanslagregeling het aangegeven belastbare inkomen uit dien hoofde met f. 1.382 verhoogd tot f. 58.329.

2.3. SKA maakt deel uit van de wereldwijde organisatie Church of Scientology International, waarvan de in 1954 opgerichte Church of Scientology of California (La Quinta, VS) de moederkerk is. De Scientology Kerk is sinds 1972 in Nederland actief. Op 25 april 1977 is de voor Nederland overkoepelende organisatie Scientology Kerk Nederland opgericht. SKA, welke op 1 mei 1977 is opgericht, fungeert als het middelpunt van de Scientology gemeenschap in Nederland. In Nederland zijn er ongeveer 9.000 parochianen/leden en ongeveer 65 personeelsleden. Wereldwijd zijn er ongeveer 8 miljoen leden. De Scientology Kerk is hierarchisch van opzet. Er is een centraal orgaan ter overkoepeling van de wereldwijde organisatie van waaruit instructies lopen naar de regionale, nationale en lokale organen.

2.4. Tot de gedingstukken behoort een kopie van de statuten van de SKA (bijlage l bij de "tweede conclusie van repliek"). In artikel III zijn de doelstellingen van de SKA als volgt omschreven:

" De Kerk zal de zuiverheid en integriteit van de Scientology Religie zoals die ontwikkeld is en verder ontwikkeld moge worden door L. Ron Hubbard, met als doel dat elke persoon, die wenst deel te nemen in Scientology het hoogst mogelijke goed van toegenomen bewustzijn als onsterfelijke geest, daaruit mag ervaren, behouden, presenteren, propageren, bedrijven en zekerstellen (...). Scientology Technologie is een stelsel van waarheden en toepassingsmethoden (...).

In de overtuiging dat het beste bewijs van God is de god die men in zichzelf vindt en vertrouwend met een blijvend geloof dat de Schepper van het Universum wilde dat er Leven in dit Universum zal zijn, wordt de Kerk gesticht met de hierna volgende algemene doelstellingen:

  1. Het opzetten van een religieus lichaam voor het uitdragen, beschermen, bedienen en aanmoedigen van de Scientology Religie en haar doelstellingen;

  2. Oprichting, vestiging en gebruik van een Kerk. opleidingscentra gemeenten, trainingscentra en andere centra voor het onderricht, de verspreiding en het bedienen van de Scientology Religie, hetgeen de religieuze en ethische begeleiding en verbetering van het persoonlijke karakter wil betrachten, alsmede het verbeteren van de menselijke geest;

  3. Publicatie en verspreiding van religieuze geschriften en andere hulpmiddelen teneinde Scientology te propageren en uit te dragen;

  4. vestiging van religieuze culturele centra;

  5. aandacht en zorg voor de geestelijke behoeften van de parochianen en congregatie door middel van het houden van zondagsdiensten en andere religieuze diensten zowel in groepsverband als individueel gericht. "

2.5. SKA houdt wekelijks zondagsdiensten; waarbij een Scientology geestelijke of andere spreker de parochianen inwijdt in de Scientology geschriften. Verder zijn er huwelijks-, naamgevings- en overlijdensceremonien en andere religieuze (feest-)bijeenkomsten. Parochianen leggen een geloofsbelijdenis af.

2.6. De leer van Scientology wordt gevormd door de geschriften en het gesproken woord van L. Ron Hubbard en kent een aantal grondbeginselen. Deze behelzen, kort gezegd, het volgende.

Het universum is verdeeld in twee delen, een stoffelijk of materieel universum en een spiritueel universum. Beide zijn geschapen door God. Het samenspel van deze twee werelden inspireert de menselijke ervaring. Het bestaan van de mens is verdeeld in acht sub-onderdelen of "dynamieken". Deze dynamieken weerspiegelen de relatie van de mens met de twee werelden. Het concept van God wordt uitgedrukt als achtste dynamiek. De acht dynamieken strekken zich uit van het zelf, door het stoffelijke en het spirituele universum tot, uiteindelijk, God, de achtste dynamiek. Elke hogere dynamiek omvat de dynamieken die daarvoor komen.

Scientologen geloven dat de mens bestaat uit een fysiek lichaam, een geest en een spiritueel wezen (de thetan). De thetan is onsterfelijk. Iemand kan pas voldoen aan de strikte ethische gedragscode van Scientology als hij een compleet begrip van alle acht dynamieken heeft bereikt en zich heeft losgemaakt van het stoffelijke universum en van de spirituele trauma's. Dat geschiedt door het volgen van het door Hubbard in de Scientology geschriften uitgestippelde pad, via auditing en training.

2.7. De Belastingdienst heeft een onderzoek ingesteld naar onder meer de feitelijke werkzaamheden van SKA. In een brief van de inspecteur van 8 oktober 1997 aan de gemachtigde van SKA (bijlage 5 bij het verweerschrift) is daaromtrent onder meer het volgende gemeld:

" (...) [G]ebleken [is] dat het tegen betaling geven van cursussen aan individuele personen een overwegend deel uitmaakt van de feiteljke werkzaamheden van SKA.

De prijs voor een cursus bij SKA is per soort cursus vastgesteld. De prijzen varieren van f. 125 voor een cursus voor beginners om vervolgens via bedragen van f. 6.500 voor meer gevorderden op te lopen tot f. 9.800 voor de cursussen voor zeer gevorderde cursisten. De twee laatste bedragen worden betaald voor cursussen van 12,5 uur, (...).

De bedragen die SKA vraagt voor cursussen zijn vergelijkbaar met bedragen die commerciele instellingen vragen voor cursussen op het terrein van persoonlijkheidsverbetering. (...) Ook de manier waarop SKA cursisten werft kan als commercieel worden bestempeld. In die lijn kan SKA daarom eerder worden aangemerkt als een commerciele instelling die aan cursisten in een min of meer alternatieve vorm bij wijze van cursus psychotherapie aanbiedt en in deze cursussen levensbeschouwelijke aspecten betrekt dan dat sprake is van een kerkelijke dan wel levensbeschouwelijke instelling. (...)

Het onderscheid dat SKA maakt tussen de cursussen basic en staff enerzijds en major-cursussen anderzijds (...) brengt geen wijziging in de opvatting dat alle cursussen en derhalve ook de major- cursussen gericht zijn op het wegnemen van persoonlijkheids- stoornissen van de cursist zelf. (...) Uit de opzet en inhoud van de cursussen blijkt dat deze gericht zijn op de cursist als individu en daarmee op particuliere belangen. Uit het feitenonderzoek bij SKA volgt derhalve dat SKA een instelling is dit niet het algemeen belang, maar het particuliere belang dient. (...) "


2.8. Tot de gedingstukken behoort een kopie van de jaarrekening per ultimo 1993 van de SKA, met vergelijkende cijfers per ultimo 1992 (bijlage II bij de conclusie van repliek).

Uit de jaarstukken blijkt dat SKA over 1993 een verlies heeft geleden van f. 277.823 en over 1992 van f. 222.597.

Het geaccumuleerde verlies bedroeg per ultimo 1993 f. 3.938.796.

De inkomsten van SKA (in totaal ruim f. 1,87 miljoen) bestonden in 1993 voor ca. 51% uit "spiritual counseling & courses" en voor ca. 37% uit "religieus book & artefacts". De "other donations", onder welke post belanghebbendes giften vallen, maakten in 1993 nog geen 2% van de inkomsten van SKA uit; de overige inkomsten bestonden uit "other income" en "extra ordinaiy income" (beide ca. 5% van het totaal).

2.9. De Scientology Kerk onderneemt wereldwijd sociale activiteiten in de vorm van projecten ter bestrijding van drugsgebruik, projecten ter bestrijding van analfabetisme, de ondersteuning van resocialisatieprogramina's in penitentiaire instellingen, de strijd voor patiŽntenrechten, etc. . SKA heeft zich in het onderhavige jaar met name bezig gehouden met het project Narconon (ter bestrijding van drugsgebruik), met het onder 2.1. genoemde antidiscriminatieproject (ter bestrijding van discriminatie van patiŽnten, van geestelijk gehandicapten, van religieuze minder-heidsgroeperingen) en met het onder 2.1. genoemde (Scientology-)boeken-in-bibliothekenproject.

Uit de winst- en verliesrekening over 1993 is niet af te leiden welke de omvang is van het deel van SKA's uitgaven dat aan dergelijke projecten wordt besteed.


3. Geschil

Tussen partijen is uitsluitend in geschil of SKA is aan te merken als een instelling als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a, ten eerste, van de Wet.


4. Standpunten van partijen

Het Hof verwijst voor de standpunten van partijen naar de stukken van het geding.

Hetgeen ter zitting van 15 augustus 2001 is besproken is neergelegd in een proces-verbaal waarvan een kopie aan deze uitspraak is gehecht.


5. Beoordeling van het geschil

5.1. Ingevolge artikel 47, eerste lid, aanhef en onder a, ten eerste, van de Wet, zijn aftrekbaar giften aan in Nederland gevestigde kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instellingen.

5.2 Tussen partijen is kennelijk niet in geschil dat er geen relatie bestaat tussen de door belanghebbende gedane giften en enige door hem genoten prestatie van SKA. Mede gelet op de onder 2.1. vermelde bestemming van de giften, is ook het Hof van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van uit vrijgevigheid gedane betalingen en derhalve van giften in de zin van artikel 47 van de Wet.

5 3. Belanghebbende heeft gemotiveerd gesteld dat SKA niet een commerciŽle, winstbeogende organisatie is. Hij heeft daanoe gewezen op de onder 2.9. vermelde jaarcijfers waaruit blijkt dat SKA structureel verliesgevend is, althans over meerdere jaren verliezen heeft geleden. Naar belanghebbende ter zitting onweersproken heeft verklaard, was die situatie in de periode vůůr en na 1993, en ook in het onderhavige jaar 1998, niet anders. Het Hof acht een en ander voldoende aannemelijk en zal daarvan voor het vervolg uitgaan.

5.4. In zijn arrest van 13 juli 1994, nr. 29.936, BNB 1994/280, heeft de Hoge Raad terzake van het -nagenoeg aan artikel 47, eerste lid, onder a. ten eerste, van de Wet, voor zover hier van belang, gelijkluidende- vierde lid van artikel 24 van de Successiewet 1956 (tekst tot 1992, hierna: de Successiewet) met betrekking tot een culturele instelling geoordeeld dat, kort gezegd, blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 24, vierde lid, van de Successiewet moet worden aangenomen dat in die bepaling gedoeld is op het algemeen nut beogende instellingen; dat de in die bepaling aan de woorden "of het algemeen nut beogende instelling" voorafgaande vermelding van kerkelijke, charitatieve, culturele en wetenschappelijke instellingen, slechts een niet limitatieve opsomming behelst van categorieŽn van instellingen die het algemeen nut kunnen -en veelal zullen- beogen; dat aan die opsomming derhalve niet de betekenis toekomt dat een tot ťťn van die categorieŽn te rekenen instellingen ook noodzakelijkerwijs moet worden aangemerkt als een het algemeen nut beogende instelling; en dat een en ander wel tot gevolg heeft dat, als komt vast te staan dat de werkzaamheden (van de onderwerpelijke culturele instelling) ongeveer in gelijke mate het algemene en een particulier belang dienen, de instelling moet worden aangemerkt als een het algemeen nut beogende instelling.

5.5. In het vierde lid van artikel 24 van de Successiewet is met ingang van 1992 tussen "kerkelijke" en "charitatieve" het woord "levensbeschouwelijke" ingevoegd. Daarmee werd de omschrijving van de aldaar bedoelde instellingen gelijkluidend aan die van artikel 47 van de Wet.

In de parlementaire geschiedenis van artikel 24 wordt voorts gezegd (memorie van toelichting op het voorstel van wet dat heeft geleid tot de Wet van 8 november 1984, houdende herziening van de Successiewet 1956 (Stb. 545) (Kamerstukken II 1981, 17 041, nr. 3, pagina 17)), dat de omschrijvingen in artikel 24 van de Successiewet en artikel 47 van de Wet inhoudelijk niet van elkaar verschillen. Het Hof is dan ook van oordeel dat het hiervoor onder 5.4. weergegeven oordeel van de Hoge Raad gelijkelijk van toepassing moet worden geacht op het bepaalde in artikel 47, eerste lid, onder a, ten eerste, van de Wet. Het Hof ziet geen aanleiding thans anders te oordelen.

5.6. De statuten van SKA (zie 2.4.) laten naar 's Hofs oordeel geen andere gevolgtrekking toe dan dat SKA zich ten doel stelt de in die statuten -en in 2.6.- beschreven religie/levensbeschouwing te verspreiden en daartoe een organisatie op kerkelijke / levensbeschouwelijke grondslag in stand te houden. Naar 's Hofs oordeel zijn de feitelijke werkzaamheden van SKA (zie 2.5., 2.7. en 2.9.) ook daarmee in overeenstemming. Uit het voorenstaande vloeit naar 's Hofs oordeel rechtstreeks voort dat SKA is te beschouwen als een kerkelijke/levensbeschouwelijke instelling in de zin van artikel 47 van de Wet.

5.7. Uit het onder 5.4. en 5.5. overwogene volgt naar 's Hofs oordeel dat alsdan in beginsel mag worden aangenomen dat sprake is van een het algemeen nut beogende instelling wier werkzaamheden voor ten minste 50% het algemene belang dienen.

De bewijslast dat zulks in het onderhavige geval, naar de inspecteur stelt, anders is, en dat derhalve de werkzaamheden van SKA voor meer dan 50% een particulier belang dienen, rust naar 's Hofs oordeel op de inspecteur.

Het Hof acht de inspecteur niet in dat bewijs geslaagd. Met name wordt verworpen diens stelling dat sprake is van particuliere belangen omdat de ontwikkeling van de persoonlijkheid van de parochianen/leden van SKA een overwegende factor in de leer van Scientology vormt. Immers, de ontwikkeling van de persoonlijkheid kan bij iedere religie/levensbeschouwing in mindere of meerdere mate deel uitmaken van de te volgen leer. Dat daardoor persoonlijkheids- stoornissen worden weggenomen, dat met behulp van de geleerde techniek vragen worden beantwoord en problemen worden opgelost en dat aldus een toegenomen bewustzijn wordt verkregen, kan derhalve in zoverre inherent zijn aan ieder religieus/ levensbeschouwelijk leermiddel tot spirituele/geestelijke ontwikkeling. Het Hof vermag niet in te zien waarom de door SKA daarbij gevolgde methode zozeer verschilt van die van 'reguliere' kerkelijke/levensbeschouwelijke instellingen dat reeds daarom sprake zou zijn van het dienen van particuliere belangen.

De omstandigheid dat SKA kennelijk actief nieuwe parochianen/leden werft en min of meer commerciŽle cursustarieven hanteert, leidt in deze niet tot een ander oordeel.

Nu het Hof ook overigens niet is gebleken dat de feitelijke werkzaamheden van SKA primair zijn gericht op het particuliere belang van de parochianen/leden, is het gelijk aan belanghebbende.

5.8. Voor dat geval is niet in geschil dat belanghebbendes belastbare inkomen met f. 1.382 dient te worden verminderd tot f. 56.947.


6. Schadevergoeding

6.1. In zijn beroepschrift heeft de (thans: voormalige) gemachtigde het Hof verzocht om de Staat te veroordelen tot vergoeding van schade als bedoeld in artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Deze schade omvat de in de bezwaarfase gemaakte kosten ter zake van de door het kantoor van de voormalige gemachtigde verleende rechtsbijstand.

6.2. Overeenkomstig het arrest van de Hoge Raad van 1 juli 1993, nr. 15.137. NJ 1995/150 stelt het Hof voorop dat indien de Belastingdienst een beschikking neemt en handhaaft die naderhand door de rechter wordt vernietigd, de Belastingdienst een onrechtmatige daad begaat jegens de belastingplichtige. Daarmee is de schuld van de Belastingdienst in beginsel gegeven. Zelfs indien de Belastingdienst geen enkel verwijt treft, moet worden aangenomen dat deze onrechtmatige daad voor haar rekening komt, behoudens ingeval van bijzondere omstandigheden.

6.3. In het onderhavige geval is de aanslag in de bezwaarfase gehandhaafd. Het Hof is derhalve van oordeel dat sprake is van een door de Belastingdienst jegens belanghebbende begane onrechtmatige daad. Dat zich bijzondere omstigheden hebben voorgedaan, is gesteld noch gebleken.

Aan belanghebbende is zowel in de bezwaarfase als in de beroepsfase beroepsmatig door een derde/gemachtigde rechtsbijstand verleend. Het Hof acht aannemelijk dat belanghebbende terzake in de bezwaarfase kosten heeft gemaakt en aldus schade heeft geleden. De inspecteur heeft zulks ook niet weersproken.

6.4. Nu door belanghebbende met betrekking tot de omvang van deze kosten onvoldoende is gesteld, is het Hof voorshands niet in staat die omvang vast te stellen. Ter voorbereiding van een nadere uitspraak hierover zal het Hof het onderzoek heropenen en belanghebbende in staat stellen zich hierover uit te laten.


7. Proceskosten

7.1. Nu de uitspraak van de inspecteur moet worden vernietigd en de aanslag verminderd acht het Hof termen aanwezig de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van proceskosten op de voet van artikel 8:75 van de Awb.

7.2. Voor toekenning van een vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten op grond van artikel 8:73 van de Awb juncto artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (hierna: EVRM), zoals belanghebbende heeft verzocht, zie het Hof geen aanleiding. Er is immers geen sprake van volgens het nationale recht aan belanghebbende toegebrachte schade door schending van het gemeenschapsrecht (de rechten en/of non-discriminatiebepalingen van het EVRM).

7.3. Het Hof stelt het bedrag van de te vergoeden kosten, ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht en overeenkomstig het in de bijlage bij het Besluit opgenomen tarief op: 2,5 (beroepschrift, repliek en mondelinge behandeling) x f. 710 x 1,5 (wegingsfactor) = f. 2.662,50.


8. Beslissing

Het Hof

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak van de inspecteur;
  • vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van f. 56.947;
  • Stelt belanghebbende in staat zich binnen zes weken na deze uitspraak uit te laten omtrent de omvang van de door hem geleden schade in de zin van artikel 8:73 van de Awb;
  • gelast de Staat aan belanghebbende het gestorte griffierecht ad f. 60 te vergoeden; en
  • veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een beloop van f. 2.662,50 en wijst de Staat aan dit bedrag aan belanghebbende te voldoen.

De uitspraak is gedaan op 11 januari 2002 door mrs. Smit, Van Ballegooijen en Faase, in tegenwoordigheid van drs. Plat als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.


[Handtekening]                                [Handtekening]


Line

Terug
Start

Email: hier .