www.b-org.demon.nl Filler
Scientology's systematische
schending van de privacy

Line - G. Divers -


2. Citaten uit het Rapport van de subcommissie sekten van de vaste Tweede KamerCommissie voor de volksgezondheid. p. 120-160 (Rapport Witteveen, 1984).


Al in 1984 bestonden er ernstige bezwaren tegen de aktiviteiten van Scientology in het algemeen en tegen het aanleggen door deze 'kerk' van dossiers over haar leden en haar 'enemies' in het bijzonder. In 1984 bestond de Wet Persoonsregistraties nog niet. Wellicht dat dat er mede oorzaak van was dat er toentertijd niet werd opgetreden tegen deze zich 'kerk' noemende commerciele bedrijven. Dit niettegenstaande deze conclusie uit het Rapport Witteveen:

" Wij hebben immers vastgesteld, dat de procedures en de handelwijze die de Kerk stelselmatig toepast in onze optiek op gespannen voet staan met een tweetal belangrijke grondrechten, de vrijheid van godsdienst en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Zou de Kerk niet bereid blijken daarin metterdaad verandering te brengen, dan zou de vraag kunnen worden gesteld of zij daarmee niet binnen de wettelijke termen van de verboden rechtspersoon zou vallen. "
      Scientology heeft hierin geen enkele verbetering aangebracht, integendeel, sindsdien is men nog veel meer zeer persoonlijke gegevens van haar leden en haar 'enemies' gaan vastleggen. In deel C en bijlage III van deze informatiemap zijn hiervan de nodige voorbeelden te vinden.


Voor de beeldvorming volgen hier nog enige citaten uit dit rapport (accentueringen in de tekst zijn niet als in het origineel) :

" De divisie [2, verspreiding] verzorgt ook de zogenaamde "central files" - de dossiers met persoonsgegevens die worden aangelegd van ieder die ooit een dienst van Scientology heeft betrokken. De central files vormen de informatiebron voor de eveneens onder deze afdeling ressorterende "letter-registrars", die de taak hebben om ieder die met de organisatie in contact is geweest te bestoken met brieven en documentatiemateriaal."


" De bevindingen van de auditor uit de auditing-sessies worden altijd schriftelijk vastgelegd in een dossier over de geauditeerde, de zogenaamde pc (pre-clear)-folder. Hoewel dit dossier geenszins het enige is dat over een cursist wordt aangelegd (er zijn daarnaast nog een studentendossier, waarin de vorderingen van de cursist worden bijgehouden, een financieel dossier, waarin de schulden en betalingen worden geregistreerd, en een ethics-dossier, waarin corrigerende maatregelen worden vermeld) is het wel het dossier dat in het algemeen de meest vertrouwelijke gegevens bevat. Met behulp van de pc-folder kunnen de auditor en de supervisor het auditing-proces volgen en kan zo nodig na verloop van tijd de draad weer worden opgepakt. Het is om die reden, aldus de Kerk, dat dit dossier wordt bijgehouden en nimmer vernietigd."


" Naar onze mening komen de activiteiten van de Scientology Kerk ook in botsing met een ander beginsel, waarop zij zelf voortdurend hamert, namelijk de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tegenwoordig als grondrecht neergelegd in artikel 10 van de Grondwet. Wij hebben hierbij het oog op twee aspecten: de vorming van dossiers, waarin de auditing-sessies worden weergegeven (de preciear-folders), en het gebruik van de E-meter [soort leugendetector] bij het auditeren. Wij hebben al vastgesteld dat de dossiers die over geauditeerden worden aangelegd zeer gevoelige gegevens bevatten.

De Kerk onderkent dat en heeft daarom maatregelen getroffen de dossiers af te schermen voor de ogen van onbevoegden. De vraag is alleen wie onbevoegd is. Afgezien van de betrokken auditor en case-supervisor hebben diverse functionarissen toegang tot de dossiers, zoals de leiding van de Kerk (vroeger het GO [tegenwoordig de OSA]), de ethics-officer, terwijl voorts ieder die auditeert toegang heeft tot de ruimte waar de dossiers zijn opgeborgen.

Hoewel enkelen anders beweren hebben de meeste informanten ons meegedeeld dat de dossiers onmiddellijk worden benut wanneer een betrokkene zich tegen de Kerk keert en soms ook een rol spelen bij het bewegen van cursisten tot het volgen van meer cursussen, dan wel bij het verwijderen van iemand uit de Kerk. Dat doet ten minste betwijfelen of deze dossiers, zoals de SKA stelt, uitsluitend van belang zijn in het auditing-proces.

Wie er ook inzage heeft in de dossiers, de geauditeerden zelf hebben dat recht niet. Zij hebben zelfs niet het recht om hun dossier op te vragen wanneer zij besluiten om hun relatie met de Kerk te beŽindigen. Wie de neiging zou hebben hieraan schouderophalend voorbij te gaan, moet zich eens proberen voor te stellen welke reactie zou worden opgeroepen, wanneer een gevestigd kerkgenootschap als de Rooms-Katholieke Kerk zou besluiten om uit een oogpunt van geestelijke begeleiding van de gelovigen voortaan nauwkeurige dossiers te gaan aanleggen van hetgeen bij de biecht wordt besproken."


" Wij zien hier het merkwaardige beeld van een organisatie, die enerzijds (met name in het buitenland) activiteiten ontplooit gericht op privacy-bescherming en uit dien hoofde kritiek oefent op bij voorbeeld politie en andere overheidsorganen die met hun geautomatiseerde gegevensverzamelingen de privacy van de burger bedreigen, en anderzijds niet schroomt zelf uiterst gevoelige gegevens van aanhangers in dossiers vast te leggen. Laten wij - hoewel wij ook daarover twijfel gerechtvaardigd achten - aannemen dat de registratie van deze gegevens inderdaad onmisbaar is in het auditing-proces en dat de geauditeerde willens en wetens met deze handelwijze instemt. Kan men dan in redelijkheid stellen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene wordt bedreigd? Naar onze mening wel degelijk, omdat bedenkingen kunnen worden aangevoerd zowel tegen de wijze van verkrijging van de gegevens als tegen de waarborgen waarmee de gegevensverzamelingen zijn omgeven. Wat het eerste facet betreft, zal de vastiegging van de gegevens uit auditing-sessies in de regel wel plaatsvinden met medeweten van de geauditeerde, maar is het - afgezien van het feit dat instemming van de betrokkene op zich zelf nog niet betekent dat registratie zijn persoonlijke levenssfeer niet zou bedreigen - de vraag of de geauditeerde werkelijk instemt met de registratie van alle concrete gegevens die auditing oplevert. Het feit dat de auditor met behulp van de E-meter stelselmatig inspeelt op onbewuste reacties van de geauditeerde versterkt deze bedenking.

Het tweede bezwaarlijke facet, de waarborgen rond de dossiers, geldt de gesignaleerde ruimte in het gebruik van en de toegang tot de dossiers en bovendien de positie van de geauditeerde. Deze laatste zou ons inziens niet alleen het recht moeten bezitten om de opneming van bepaalde gegevens in het dossier te weigeren, maar ook het recht op inzage en het recht om zelf te bepalen wat er met het dossier gebeurt bij het verlaten van de organisatie."


Uit: Witteveen, Tobias Overheid en nieuwe religieuze bewegingen / Tobias Andreas Maria Witteveen. - 's Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1984. - VII, 320 p., ; Tweede Kamer, vergaderjaar 1983-1984, 16635, nr. 4. - Proefschrift Groningen/ ISBN 90-12-04614-9


Line

Terug
Start

Email: hier .